Het lijkt zo logisch. Je opdrachtgever vraagt om een nieuwe identiteit. Een ontwerp dat zijn organisatie op de juiste manier in beeld brengt. Een logo, een website, een brochurereeks en wie weet nog een beursstand of iets dergelijks. En dus ga je aan de slag. Je creëert een gedachte, een verhaal dat de opdrachtgever helpt zichzelf kenbaar te maken. Je maakt een huisstijl die dit verhaal in abstracte vorm weergeeft. Je doet hard je best op een prachtig ontwerp dat hem van zijn sokken zal blazen. Je investeert wat extra tijd in het detailleren van de ontwerpen – want als het in de details niet lekker zit zal je hem niet zo snel overtuigen, toch?
Kort voor de dag van presentatie raap je al je ontwerpen bij elkaar en maakt er een presentatie van die laat zien wat je onderzocht hebt en wat de keuzes zijn geweest die je daarin hebt gemaakt. Je geeft daarbij vooral veel ruimte aan de prachtig ontworpen toepassingen op het eind.
Allemaal heel logisch en ook precies wat ik vaak gedaan heb, en nog steeds neig te doen. Toch kom ik er steeds meer achter dat je energie niet in het ontwerp moet zitten. Althans niet het ontwerp van het eindproduct.
Het is veel logischer om het gehele pad naar het logo toe te ontwerpen. Om al je detaillering te stoppen in het proces – het uitleggen daarvan. Om iedere stap die je maakt zo helder mogelijk in beeld te brengen.
Ga maar na: je verkoopt je ontwerp pas wanneer je opdrachtgever begrijpt waarom het er zo uit is komen te zien. Specifieker, welke baat zijn organisatie heeft bij een dergelijk ontwerp. Je wilt laten zien welke problemen je onderweg getackeld hebt. Kortom: je wilt aantonen dat je hem ‘helpt’ met jouw kijk op de dingen.
Ik was laatst bij de slager. Ik had lamsvlees nodig. Simpel. Daar lagen 2 soorten, waarvan de ene veel duurder was dan de andere. Ogenschijnlijk zag het er hetzelfde uit. Ik wilde dus de goedkoopste soort hebben.
Mijn slager is een man met passie voor zijn vak. Hij wilde weten wat ik met het vlees ging doen; ging ik het verwerken in een schotel of at ik het puur. Ik wilde het puur eten zei ik. Hij begon te vertellen over het prachtig Texels lam dat in vrijheid buiten kon grazen, in weer en wind buiten stond, en zo op geheel natuurlijke wijze tot volle wasdom kwam. Het vlees is bijzonder zacht, wat ziltig en lekker sappig. Echt mooi vlees om puur te eten.
Hij gaf veel aandacht aan het verhaal achter het stukje vlees. Hij gaf me een beeld nog voor ik het vlees geproefd had. Stapsgewijs nam hij me mee naar de oplossing voor mijn behoefte. Natuurlijk kocht ik uiteindelijk dat mooie zachte stukje vlees, zelfs al was het wat duurder – de prijs was nu juist een onderstreping van de kwaliteit!
Veel (potentiële) opdrachtgevers denken in een eindproduct. ‘Ik heb nieuwe brochures nodig’ of ‘mijn logo is verouderd’. Het is jouw taak om hem te vragen naar de achterliggende gedachte, naar de behoefte die voorafging aan de vraag. Zo kom je er misschien achter dat er nieuwe brochures moeten komen omdat het bedrijf binnenkort een belangrijke beurs heeft. Of dat het logo als verouderd wordt gezien omdat het bedrijf zijn activiteiten heeft gewijzigd. Ga niet direct in op de exacte vraag, maar eerder op de behoefte die er onder ligt. Laat je ontwerp aansluiten op deze behoefte.
Wanneer je vervolgens iedere stap in het proces, elke beslissing die je neemt, uitwerkt tot een goed ontwerp, laat je zien dat je je bewust bent van het belang van deze beslissing. Door er (visuele) aandacht aandacht geven, richt je de spotlight op de inhoud van die specifieke stap. Je zegt er mee: ik neem de vraagstelling serieus. Je erkent daarmee de huidige problemen van de opdrachtgever. Je laat ook zien dat je begrijpt dat hij tijd nodig heeft om van zijn huidige situatie door te groeien naar de nieuwe situatie, want vergis je niet; dat logo dat jij zo makkelijk aanpast, is voor hem de belichaming van zijn bedrijf. Daarmee ben jij als ontwerper dus aan het meedenken over zijn bedrijf. Neem dat niet te licht en geef je advies in helder ontworpen stappen.
-
mangalcun liked this
-
dirkjan2006 posted this